Wat Is Ouder Bier Of Wijn?

Wat Is Ouder Bier Of Wijn
‘Mede’ gemaakt van honing is waarschijnlijk het oudste alcoholische drankje dat we kennen. Het werd 8000 jaar geleden al gedronken. Het is waarschijnlijk toevallig ontstaan doordat honing en water op een warme plek met gist in aanraking kwam. Bier was 5400 jaar voor Christus al bekend.

  • In Egypte zijn papyrusrollen gevonden uit 3500 voor Christus met het recept voor wijn.
  • In Griekenland was wijn de belangrijkste drank.
  • Beschilderde vazen en mokken laten uitbundige feestmalen zien waarbij wijn gedronken werd.
  • Er zijn aanwijzingen dat de Chinezen de destilleerkunst al vroeg machtig waren en ook de Grieken en Romeinen wisten uit wijn sterke drank te maken.

De uitvinding van destilleren wordt echter toegeschreven aan de Arabieren. Aan gedestilleerde dranken werden geneeskrachtige eigenschappen toegedicht. Bij de Azteken had drank een religieuze rol. Dronkenschap was verplicht bij religieuze aangelegenheden.

Wat is de oudste alcoholische drank?

Het oudste bierbrouwersrecept is gevonden op een 5000 jaar oude kleitafel uit Sumerië. En een Sumerische tekst van zo’n 1000 jaar later heeft het over bier én wijn. Op muurschilderingen uit het oude Egypte van zo’n 1500 jaar voor Christus zijn dronkemanstaferelen te vinden.

  1. Bij de oude Grieken was wijn heel populair.
  2. Zij kenden vele goden en één van hen was Bacchus, de god van de vruchtbaarheid.
  3. Ter ere van hem werden grote feesten gehouden, waarbij de Grieken aardig wat wijn dronken.
  4. Bacchus kreeg dan ook de bijnaam: “God van de dronkenschap”.
  5. Ook in de bijbel werd al over alcohol geschreven: in een verhaal verandert Jezus water in wijn tijdens een bruiloftsfeest.

Toch dronken vroeger niet veel mensen alcohol, het was gewoon te duur en niet altijd te krijgen. Tot in de Middeleeuwen bleef dat zo. In die tijd maakten mensen wijn uit vruchten en bier uit gerst en honing. Het alcoholgehalte van die dranken was laag. In die tijd waren er ook nog geen koelkasten zodat de dranken snel bedierven.

Daardoor was alcohol niet het hele jaar verkrijgbaar. Via de Arabieren bereikten in de late Middeleeuwen de distilleertechniek ons land. De distillaten werden meer en meer als genotmiddel gebruikt. Ze bedierven niet en het alcoholgehalte was hoger. Maar alcohol bleef duur en dus onbereikbaar voor de gewone mens.

Dat veranderde in de 17e eeuw. Toen werd ontdekt dat je ook uit koren en bieten sterke drank kon maken. Deze grondstoffen waren goedkoop en dus ging de prijs van alcohol omlaag. Hierdoor werd sterke drank ook bereikbaar voor de gewone man. Meer mensen gingen dus alcohol drinken, maar de consumptie van alcohol bleef tot 1960 laag.

Dat kwam doordat drinken een luxe was. Maar tussen 1960 en 1990 is een grote groep mensen steeds meer gaan verdienen. De prijzen van allerlei producten ging dus ook omhoog, maar de prijs van alcohol bleef laag. Langzamerhand werd alcohol een gewoon consumptiemiddel. Meer en meer mensen maakten alcohol drinken tot een gewoonte.

Ook werd het niet meer raar gevonden dat vrouwen alcohol dronken.

Welke leeftijd bier en wijn?

Bijvoorbeeld bier en wijn. Ben je jonger dan 16 jaar, dan mag je helemaal geen alcohol kopen en ben je strafbaar als je alcohol bij je hebt. Vanaf 1 januari 2014 mag je alcohol kopen als je 18 jaar of ouder bent. De wet is gewijzigd en de verkoop van alcohol aan personen onder de 18 jaar is verboden.

Hoe oud is bier maken?

Geschiedenis Er kan gezegd worden dat bier net zo oud is als de menselijke samenleving. Helemaal precies weten we niet, maar er zijn vindplaatsen van bier en brouwerijen teruggevonden die gedateerd worden op 11.000 voor Christus. Het gebied dat dit bestrijkt, spreidt zich uit over het moderne Israël tot Irak, Iran, Syrië, en Egypte.

  1. Nomaden leren grassen telen en gebruiken ze als basis voor brood en bier.
  2. Met de uitvinding van de akkerbouw komt een einde aan het nomadenbestaan en begint de stedelijke beschaving.
  3. Mesopotamië De uitvinding van het schrift maakt het een stuk eenvoudiger om de geschiedenis van bier en de rol die het speelt binnen vroege beschavingen te beschrijven.

Archeologische vondsten van kleitabletten met een proto-spijkerschrijft zijn talrijk. Het symbool voor bier in het Sumerische spijkerschrift is een kruik met een puntige bodem. Zo hebben we ook een goed beeld gekregen van hoe bier werd gebrouwen.
 De Sumeriërs bakken eerst een soort broden, bappir genaamd, die ze vervolgens in water verkruimelen.

De pap die zo ontstaat laten ze vergisten. Eventueel brengen ze het bier op smaak met kruiden, honing of dadels en druiven. Omdat er in het bier nog allerlei broodkorsten ronddrijven, drinken de eerste bierdrinkers hun bier met een rietje, een uitvinding van de Babyloniërs. Egypte Ook de oude Egyptenaren in de tijd van de farao’s zijn grote liefhebbers van bier.

Bier is voor alle rangen en standen een hoofdbestanddeel van de dagelijkse maaltijd. Het wordt ook gebruikt als offergift aan de goden. En om na de dood geen dorst te krijgen, worden in graven ook miniatuurbrouwerijen – gemaakt van hout en gips – meegegeven.

Rome 
Bij de Romeinen staat bier niet meer in hoog aanzien. Het is de drank van de barbaarse Germaanse en Keltische stammen die aan de westelijke en noordelijke grenzen van het Romeinse Rijk leven. De Romeinse schrijver Tacitus merkt op dat Germanen zo dol zijn op het gerstenat dat het makkelijker is hen te verslaan met drank dan met wapens.

Middeleeuwen 
In de vroege Middeleeuwen is het brouwen van bier een huishoudelijke bezigheid, voorbehouden aan vrouwen. Naast brood bakken en wassen, brouwen zij voor het gezin een stevig potje bier. Om in hun levensonderhoud te voorzien, brouwen ook kloosterlingen (monniken en nonnen) verschillende bieren.

  • In St. Gallen in Zwitserland is een kloosterbrouwerij uit 820 gedeeltelijk bewaard gebleven.
  • In de tijd van Karel de Grote (rond 800) ontstaan grotere brouwerijen om de hoeveelheden bier te brouwen die nodig zijn voor het hof of voor grotere huishoudens.
  • Naast het thuisbrouwen komt ook het zogenaamde koopbrouwen door ambachtslieden in gebruik.

Hop is in die tijd nog niet wijd en zijn bekend om bier zijn bekende bittere smaak te geven. Brouwers brouwen en brengen het bier op smaak met een samenstelling van allerlei granen en kruiden, die gruit worden genoemd. Het brengt de landsheren een aardige duit op.

De brouwers, die verplicht gruit gebruiken, moeten aan de landsheren, op wiens grond het gruit geoogst wordt, belasting betalen. Deze bijzondere belasting – het gruitrecht – is de voorloper van de accijns zoals we die nog steeds kennen.

 De Middeleeuwer is een dorstig type. Met gemak drinkt iedere man, vrouw of kind 300 liter bier per jaar.

Dit betreft de laagste schatting, de hoogste loopt op tot wel 1.000 liter bier per persoon, per jaar. Het is een mythe dat men bier dronk omdat je ziek zou worden van water. Deze mythe vindt zijn oorsprong in de 18e en 19e eeuw, waarin steden ten tijde van de industriële revolutie hard groeien en mensen steeds dichter op elkaar komen te wonen.

  • Epidemieën van onder andere cholera en difterie breken hierbij uit, verspreid door besmette waterbronnen in die steden.
  • In de middeleeuwen hebben reguliere boeren en burgers prima toegang tot geschikt drinkwater, afkomstig uit bron-, smelt-, en regenwater.
  • Grachten in vroege steden worden zelfs doorgespoeld om deze te voorzien van schoon water geschikt voor nijverheid als brouwen.
See also:  Waar Is Bier Ontstaan?

De redenen waarom de Middeleeuwer zoveel bier drinkt liggen echter vrij eenvoudig. Alternatieven als koffie, thee en frisdrank bestaan nog niet of moeten zoals wijn geïmporteerd worden en zijn te duur voor het gewone volk. Daarnaast heeft bier een sociale status.

  • Als men zich alleen het (gratis) water kon veroorloven, zat je in de laagste klasse.
  • Een andere belangrijke reden is dat bier onderdeel was van het dagelijkse dieet.
  • Bier dronk men al bij het ontbijt.
  • Dit betreft dan tafelbier of dunbier.
  • Naarmate de dag vorderde, dronken degenen die zich dat konden veroorloven zwaarder en voedzamer bier.

Het is zeker niet zo dat al het bier uit deze periode dun, slap, zuur, donker, en rokerig was. Uit recente onderzoeken blijkt dat de Middeleeuwse brouwer in staat was bieren te brouwen die in de buurt komen van wat we nu een zware blond noemen. Met de koopbrouwer is ook de commerciële brouwerij geboren.

  • Het aantal brouwerijen stijgt gestaag.
  • Steden met meer dan honderd brouwerijen zijn geen uitzondering.
  • Bekende brouwsteden uit die tijd zijn Amersfoort, Delft, Haarlem en Gouda.
  • De brouwers verenigen zich in gilden en zijn vaak de machtigste kooplieden in de stad of streek.
  • Men beweert zelfs dat de overwinning op de Spanjaarden tijdens de Tachtigjarige Oorlog grotendeels met bieraccijnzen gefinancierd is.

In de talrijke kloosters en abdijen wordt de kunst van het bierbrouwen steeds verder verfijnd. Waarschijnlijk ontstaat ook daar het idee om gruit in bier te vervangen door hop. Bier met hop is smakelijker. Bovendien bederft het minder snel. Het gebruik van hop in bier stamt waarschijnlijk van rond 800 na Christus, en doet zijn intrede in de Lage Landen rond 1300.

Commerciële brouwers zien hier al snel de voordelen van in. Het wordt mogelijk om bier zonder kwaliteitsverlies te exporteren. De houders van het gruitrecht proberen lange tijd via allerlei verboden dit bier tegen te houden. Zonder gruit immers geen inkomsten! Het is een vergeefse strijd. Hoppebier blijkt onweerstaanbaar voor de consument.

Stad na stad wordt het gruitrecht omgezet in een accijns op de hoeveelheid gebrouwen bier. Vanaf de vijftiende eeuw wordt vrijwel alleen nog maar hoppebier gebrouwen. Moderne tijd 
De grote en belangrijkste technologische ontwikkelingen in de brouwerij kwamen pas na ongeveer 1800.

  1. Ennis van scheikunde en biologie ontwikkelen zich gestaag en worden de basis van de moderne brouwerij.
  2. Rond 1870 ontdekt de Fransman Louis Pasteur als eerste de werking van gist.
  3. Het boek dat hij hierover schrijft heet ‘Etudes sur la bière’ (Studies naar bier).
  4. Het is opvallend dat een Fransman dit baanbrekende werk doet met bier in plaats van wijn.

Pasteur ontdekt ook dat als men het bier voor het afvullen verhit tot 70-80 graden Celsius, diverse bacteriën en de gist sterven en daardoor geen schade aan de smaak van het bier kunnen aanrichten. Dit proces wordt naar hem vernoemd: pasteuriseren. Ondertussen is in Bohemen een nieuw soort bier uitgevonden, een bier dat we nu kennen onder de naam pils.

  • Om pils te kunnen brouwen moet het bij lage temperaturen vergisten en lageren.
  • Dat kan in ons land pas effectief als rond 1880 de koelmachine wordt uitgevonden.
  • Tot die tijd moet de brouwer in de winter staven ijs uit sloten, rivieren en meren hakken om het bier ook in de zomer koel te houden.
  • Maar als de Nederlandse brouwers de kunst van het pils brouwen onder de knie krijgen, gaat het snel.

Pils wordt razendsnel de meest gedronken bierstijl. Zo zeer zelfs, dat in de jaren zeventig van de vorige eeuw bijna alleen nog maar pils gebrouwen wordt in Nederland. Historische en regionale bierstijlen verdwijnen praktisch. Bier en pils zijn synoniem geworden.

 Halverwege de jaren tachtig begint een tegenbeweging.

  1. Anders smakende bieren uit België worden populair en het duurt niet lang voordat bestaande en nieuwe kleine brouwerijen ook in Nederland beginnen met het brouwen van bijzondere bieren.
  2. Soms worden oude recepten nieuw leven ingeblazen, vaak ook verzint een brouwer een nieuw recept.

 Ondanks de populariteit van pils blijkt de Nederlander minder dorstig dan de buren in Duitsland en België.

Een dieptepunt wordt bereikt in de jaren vlak na de Tweede Wereldoorlog. In 1949 drinkt de Nederlander gemiddeld niet meer dan tien liter bier per jaar. Om het tij te keren zette het Centraal Brouwerij Kantoor (nu Nederlandse Brouwers) in de jaren vijftig een reclamecampagne op met de slogan: “Het bier is weer best”.

Hoe oud moet je zijn om te tappen?

Waaraan moet uw personeel voldoen? – Als u bier, wijn, port, sherry of sterke drank schenkt, moeten uw personeelsleden 16 jaar of ouder zijn.14- en 15-jarige vmbo-scholieren mogen tijdens een horecastage voor hun opleiding alcohol schenken. Uw barmedewerker onder de 18 jaar mag de alcohol verkopen, maar niet drinken.

Hoe oud moet je zijn om bier te drinken?

Vanaf welke leeftijd mag ik alcohol bij me hebben op openbare plekken? Vanaf 18 jaar. Onder die leeftijd is het strafbaar om alcohol bij je te hebben op openbare plekken. Je kunt dan een boete krijgen. Als je nog geen 18 bent is het strafbaar om geopende drankjes met alcohol bij je te hebben.

€ 50 voor jongeren onder 16 jaar; en € 100 voor jongeren van 16 en 17 jaar oud.

Alcoholvrije en alcoholarme dranken met maximaal 0,5% alcohol mag je wel drinken in het openbaar. Kijk op het etiket van een blikje of fles voor meer informatie over de hoeveelheid alcohol.

Wat gebeurt er in je hersenen als je dronken bent?

Wat doet alcohol met je hersenen op de lange termijn? – Alcohol is slecht voor je hersenen. Als iemand lange tijd zwaar drinkt (meer dan 25 standaardglazen alcohol per week), loopt hij of zij risico op hersenbeschadiging. Het geheugen gaat achteruit, iemand denkt langzamer en kan zich minder goed aanpassen aan nieuwe situaties. Daarnaast worden de hersenen van zware drinkers ook kleiner. Het aantal verbindingen tussen hersencellen neemt af, waardoor er hersencellen afsterven. Ook is er kans op het syndroom van Korsakov en dementie, Dit zijn ziektes waardoor de hersenen en het geheugen niet goed meer werken. Wetenschappers hebben onlangs ontdekt dat ook kleine hoeveelheden alcohol al schade kunnen doen aan de hersenen. Als iemand meer dan één glas alcohol per dag drinkt worden de hersenen al kleiner. Dit komt omdat de grijze en witte stof van de hersenen afneemt door alcohol. Minder witte stof betekent dat de verschillende delen in de hersenen slechter met elkaar praten, waardoor je je bijvoorbeeld minder goed kunt aanpassen aan je omgeving en je concentratie en geheugen verslechteren. Het is nog niet bekend wat er precies gebeurt als de grijze stof minder wordt. > Kijk hier voor meer informatie over hersenbeschadiging door alcohol

See also:  Uit Welk Land Komt Bier?

Wie is de uitvinder van alcohol?

Wie de uitvinder van alcohol was is niet meer te achterhalen. Want het oudste document dat over alcohol gevonden is, is een bierbrouwersrecept van 5000 jaar oud. Dit is een kleitafel uit Sumerië. En een Sumerische tekst van zo’n 1000 jaar later heeft het over bier én wijn.

Op muurschilderingen uit het oude Egypte van zo’n 1500 jaar voor Christus zijn dronkemanstaferelen te vinden. Bij de oude Grieken was wijn heel populair. Zij kenden vele goden en één van hen was Bacchus, de god van de vruchtbaarheid. Ter ere van hem werden grote feesten gehouden, waarbij de Grieken aardig wat wijn dronken.

Bacchus kreeg dan ook de bijnaam: “God van de dronkenschap”. Ook in de bijbel werd al over alcohol geschreven: in een verhaal verandert Jezus water in wijn tijdens een bruiloftsfeest. De meeste dranken zijn ergens in de wereld ontstaan. Sommige brouwers hebben de recepten verfijnd, hebben er goede reclame voor gemaakt en en zijn er heel beroemd mee geworden, denk alleen aan Smirnoff, Bols, Heineken enz.

Hoe lang bestaat sterke drank?

Problemen door alcoholgebruik bestaan al sinds mensenheugenis, maar bleven vele eeuwen lang beperkt tot excessen bij jaarfeesten en kermissen. In de vroege middeleeuwen werd bij zulke gelegenheden bier en (honing-)wijn gedronken. Dagelijkse problemen door alcohol waren er niet dankzij de grote invloed van de kerk, de lage alcoholpromillages, de lage levensstandaard en de beperkte beschikbaarheid van drank. In de loop van de middeleeuwen nam de beschikbaarheid van bier en wijn toe en werd het gebruik ervan (bij de hogere klassen) gewoner. Bier was lange tijd een alternatief voor water, omdat de kwaliteit van het drinkwater in de steeds verder uitdijende steden zo slecht was, In het bier uit die tijd zat meestal niet meer dan 2 tot 3% alcohol, waardoor er nog nauwelijks sprake was van ‘alcoholistisch’ drinken. Dat veranderde in de 19e eeuw met de toename van de consumptie van sterke drank. Gedistilleerde drank was aanvankelijk vooral een medicijn, dat werd verkocht in de apotheek, maar in de loop van de 16de eeuw nam het gebruik ervan toe. In de 18de eeuw verdrong sterke drank zelfs het gebruik van bier, Vooral jenever werd populair in Nederland. Deze toename had alles te maken met de industrialisatie en de overgang van kleinschalige, ambachtelijke productie naar machinale productie op grote schaal, Hierdoor werd de productie van drank goedkoper. Bovendien zorgden stijgende lonen voor een hoger besteedbaar inkomen en de slechte arbeidsomstandigheden voor een grotere behoefte aan verdoving. Alcohol werd toen dus al gebruikt als copingmechanisme. De zorgen over alcoholgebruik namen in de 19e eeuw toe, want toen ontstond er voor het eerst echt omvangrijke verslavingsproblematiek, vooral onder arbeiders. Dit leidde tot veel overlast en onrust. Het (problematisch) alcoholgebruik van de arbeiders leidde bijvoorbeeld tot grote frustratie bij huisvrouwen. Gemiddeld werd in die tijd één vijfde deel van het loonzakje opgemaakt aan alcohol, waardoor er maar weinig overbleef om eten of het huishouden mee te betalen, Met de voortschrijdende industrialisatie werd het daarnaast voor werkgevers belangrijk dat machines en apparaten niet door dronken arbeiders werden bediend, Dit alles zorgde ervoor dat in de 19e eeuw de discussie over het belang van ‘beschaafd gedrag’ toenam, Vanaf de jaren 30 van de 19e eeuw werd in de landelijke politiek gedebatteerd over manieren om het gebruik van sterke drank onder de bevolking te verminderen. Tot een wet kwam het toen echter nog niet. Toen in de jaren 50, 60 en 70 van de 19e eeuw duidelijk werd dat het gebruik van sterke drank in Nederland sterk bleef toenemen – en daarmee de overlast op de openbare orde – laaide de discussie over beschaafd gedrag opnieuw op. Waar het drankgebruik per hoofd van de bevolking in 1847 nog rond de vijf liter pure alcohol per jaar lag, was dit in 1874 gestegen tot negen liter per jaar. Als gevolg hiervan werd in 1881 uiteindelijk de eerste Drankwet aangenomen: de wet tot beteugeling van het misbruik van sterke drank. Deze wet richtte zich alleen op sterke drank. De wet richtte zich onder andere op het tegengaan van openbare dronkenschap en het daarmee handhaven van de openbare orde. Het beschermen van mensen tegen de gevaren van alcohol werd in die tijd niet als een overheidstaak gezien. Het belang van de volksgezondheid kwam pas in latere wetten tot uiting. De wet bepaalde ook dat plaatsen waar sterke drank verkocht werd een vergunning moesten vragen bij de gemeente. Aan het aantal vergunningen dat de gemeente kon verlenen zat een limiet, afhankelijk van het aantal inwoners, Verder werd in het Wetboek van Strafrecht de verkoop van sterke drank aan kinderen onder de 16 jaar strafbaar gesteld om de jeugd te beschermen, Over de verkoop en de consumptie van bier en wijn werd in deze wetten niet gesproken. Jongeren onder de 16 jaar mochten dus nog wel bier en wijn kopen en drinken. Het gebruik van sterke drank nam in de laatste decennia van de 19e eeuw wel af, maar het was onduidelijk of dit te maken had met de Drankwet van 1881. Om Alcoholmisbruik Alcoholmisbruik is een vorm van problematisch alcoholgebruik waarbij geen sprake is van alcoholafhankelijkheid. Criteria voor het vaststellen van misbruik zijn opgenomen in diagnostische classificatiesystemen zoals de ICD en oudere versies van de DSM. Kenmerken van alcoholmisbruik zijn: verplichtingen thuis, op school, of op het werk niet nakomen, gebruik in gevaarlijke situaties (bijvoorbeeld rijden onder invloed), in aanraking komen met justitie en doorgaan met het gebruik ondanks de problemen die daardoor ontstaan. In de huidige versie van de DSM, de DSM-5, zijn alcoholmisbruik en alcoholafhankelijkheid samengevoegd tot één nieuwe term ‘stoornis in het gebruik van een middel’, Zie item ‘Stoornissen in het gebruik van alcohol volgens de DSM-5′.1. Sigling, H. (2016). Van DSM IV-TR naar DSM-5: Middelengebruik en gedragsverslavingen. Verslaving, 12(4), 228-239. “>alcoholmisbruik verder terug te dringen werd in 1904 een nieuwe Drankwet aangenomen, waarin het tappen van zwak-alcoholhoudende dranken zoals bier en wijn alleen met een vergunning mocht. Maar er werd geen maximum verbonden aan het aantal te verstrekken vergunningen, zoals bij sterke drank wel het geval was, Daarnaast werd de verstrekking van alcohol aan jongeren verder gereguleerd om hen te beschermen tegen de gevaren van alcoholgebruik. Zo mochten jongeren onder de 16 jaar niet in horecagelegenheden toegelaten worden of werken, tenzij ze in gezelschap waren van een meerderjarige. In 1931 werd de Drankwet opnieuw gewijzigd. Waar de handhaving van de openbare orde eerder het voornaamste doel was, legde de herziene wet de nadruk op het verbeteren van de volksgezondheid. Om dit doel te bereiken mochten gemeenten ook een limiet stellen aan het aantal gelegenheden waar bier en wijn getapt werd, waardoor de beschikbaarheid van alcohol daalde, Bovendien mochten er geen zwak-alcoholhoudende dranken zoals bier en wijn meer worden verkocht aan jongeren onder de 16 jaar, In de decennia die volgden nam het alcoholgebruik in Nederland af. Men gaat ervan uit dat de daling van het gebruik te maken had met de wetgeving om alcoholgebruik in te perken. Daarnaast kunnen ook maatschappelijke omstandigheden hierop van invloed zijn geweest. Zo stegen, als gevolg van beide Wereldoorlogen, de prijzen van de grondstoffen die nodig zijn om alcoholische dranken te produceren, waardoor drank voor minder mensen betaalbaar werd, In de loop van de jaren 50 ontstond er behoefte aan een geheel nieuwe wet, onder meer door een gebrek aan coördinatie bij de uitvoering van de Drankwet uit 1931. Jarenlange voorbereiding en politieke discussies zorgden ervoor dat in 1964 een nieuwe wet werd aangenomen, die in 1967 werd ingevoerd. In deze nieuwe Drank- en Horecawet (DHW) werd het maximumaantal gelegenheden waar drank verkocht kon worden, afgeschaft. In plaats daarvan moesten zowel de aanvragers van de vergunningen als de verkooppunten van alcohol aan strengere eisen voldoen. Zo werd onder meer vastgelegd dat er geen sterke drank mocht worden verkocht aan personen jonger dan 18 jaar en dat er in gelegenheden waar alcohol verkocht werd geen dronken mensen mochten worden toegelaten, Voor zwak-alcoholhoudende dranken zoals bier en wijn bleef de leeftijdsgrens 16 jaar. Aan personen onder de 16 jaar mocht dus geen alcohol worden verkocht. Tussen 1964 en 2000 verdubbelde in Nederland het alcoholgebruik per hoofd van de bevolking van 15 jaar en ouder van bijna 5 naar ruim 10 liter pure alcohol per jaar. Oorzaken waren onder andere de stijging van het netto-besteedbare inkomen, de daling van de alcoholprijzen in vergelijking met de prijsontwikkeling van andere producten, toename van de vrije tijd en een toegenomen maatschappelijke tolerantie voor vaker drinken en ook voor meer drinken per gelegenheid. Met het toegenomen alcoholgebruik stegen ook de ernst en de omvang van de gezondheids- en maatschappelijke problemen door alcoholgebruik, Gezien de effecten op de lange termijn was uit het oogpunt van de volksgezondheid vooral het toegenomen alcoholgebruik onder jongeren verontrustend. Als gevolg hiervan werd in 2000 de Drank- en Horecawet voor het eerst aangescherpt. Drank mocht niet meer verkocht worden in niet-levensmiddelenwinkels, tankshops en winkeltjes langs de snelweg. En misschien wel de belangrijkste wijziging die in 2000 werd doorgevoerd, was dat verstrekkers van alcohol voortaan vooraf moesten controleren of degene die drank wilde kopen of bestellen wel de vereiste leeftijd had, Dit was in eerdere versies van de wet nog niet vastgesteld. Ook kwamen er strengere eisen voor verenigingen en stichtingen die alcohol schonken, Zo moesten verenigingen een reglement hebben voor het schenken van alcohol, Maar het was, in tegenstelling tot wat velen denken, niet verplicht dat er iemand aanwezig was die een instructie verantwoord alcoholschenken (IVA) had gevolgd. Met betrekking tot reclame voor alcohol : sinds 1 januari 2009 is er een verbod op alcoholreclame op Nederlandse radio en tv tussen 6.00 en 21.00 uur. Deze maatregel stond niet in de Drank- en Horecawet en staat ook niet in de huidige Alcoholwet maar in de Mediawet. In 2013 werd opnieuw een wijziging van de Drank- en Horecawet ingevoerd. Het belangrijkste doel van de wet werd het voorkomen van gezondheidsschade door alcohol bij jongeren en het terugdringen van verstoring van de openbare orde door Alcoholmisbruik Alcoholmisbruik is een vorm van problematisch alcoholgebruik waarbij geen sprake is van alcoholafhankelijkheid. Criteria voor het vaststellen van misbruik zijn opgenomen in diagnostische classificatiesystemen zoals de ICD en oudere versies van de DSM. Kenmerken van alcoholmisbruik zijn: verplichtingen thuis, op school, of op het werk niet nakomen, gebruik in gevaarlijke situaties (bijvoorbeeld rijden onder invloed), in aanraking komen met justitie en doorgaan met het gebruik ondanks de problemen die daardoor ontstaan. In de huidige versie van de DSM, de DSM-5, zijn alcoholmisbruik en alcoholafhankelijkheid samengevoegd tot één nieuwe term ‘stoornis in het gebruik van een middel’, Zie item ‘Stoornissen in het gebruik van alcohol volgens de DSM-5′.1. Sigling, H. (2016). Van DSM IV-TR naar DSM-5: Middelengebruik en gedragsverslavingen. Verslaving, 12(4), 228-239. “>alcoholmisbruik onder jongeren, Eén van de nieuwe maatregelen was dat het toezicht op de naleving van de wet bij de gemeente kwam te liggen en dat jongeren onder de 16 jaar een boete kregen wanneer zij op publiek toegankelijke plaatsen alcohol bij zich hadden. Daarnaast kreeg de burgemeester de bevoegdheid om voor een periode van maximaal 12 weken een alcoholverkoopverbod op te leggen aan supermarkten, wanneer zij meer dan drie keer in een jaar alcohol verkochten aan jongeren zonder gecontroleerd te hebben of ze wel 16 jaar of ouder waren. Verder kregen gemeenteraden de bevoegdheid om buitensporige prijsacties op alcohol (zoals happy hours) te verbieden; gemeenten maakten hier lang niet altijd gebruik van. In 2014 werd de Drank- en Horecawet verder aangescherpt, met als doel de beschikbaarheid van alcohol voor jongeren te verkleinen, zodat het gebruik zou afnemen, Het betrof een initiatiefwet van enkele Kamerleden, waarbij de alcoholleeftijd van 16 jaar verhoogd werd naar 18 jaar. Daardoor moesten verstrekkers van zowel zwak-alcoholhoudende als sterke drank voortaan controleren of jongeren 18 jaar of ouder waren. Daarnaast was het voor jongeren onder de 18 jaar verboden om op voor publiek toegankelijke plaatsen alcohol bij zich te hebben. Er wordt sinds die tijd voor de leeftijdsgrens dus geen onderscheid meer gemaakt tussen zwak-alcoholhoudende en sterke drank, wat handhaving en controle eenvoudiger maakt, Ook waren gemeenten vanaf deze wetswijziging verplicht een Preventie- en handhavingsplan alcohol op te stellen, waarin ze vastlegden hoe ze ervoor gingen zorgen dat er geen alcohol werd geschonken aan jongeren onder de 18 jaar en hoe ze als gemeenten vormgaven aan handhaving van de Drank- en Horecawet. Naar aanleiding van het Nationaal Preventieakkoord en de evaluatie van de Drank- en Horecawet is op 1 juli 2021 de Alcoholwet in werking getreden. De Alcoholwet bevat een aantal belangrijke veranderingen, zowel voor de verkopers van alcohol als voor particulieren.

  • Verbod op bepaalde prijsacties: prijsacties in de detailhandel van meer dan 25% op alcoholhoudende producten zijn verboden
  • Strafbaarstelling van volwassenen die alcohol doorgeven aan minderjarigen (wederverstrekking)
  • Nieuwe regels voor verkoop van alcohol op afstand
See also:  Vanaf Welke Leeftijd Mag Je Bier Drinken In Belgie?

Lees meer over de belangrijkste recente wijzigingen in de Alcoholwet,

Adblock
detector